Resultaten en discussie
Deelvraag 1 – Welke motieven en overtuigingen liggen ten grondslag aan de keuze voor inclusief onderwijs in Schotse scholen?
Inclusief onderwijs is in Schotland allereerst een beleidsdoel. De overheid ziet het als uitgangspunt voor rechtvaardig onderwijs: ieder kind moet kansen krijgen om te leren, ongeacht achtergrond of beperking (Coles et al., 2016; Scottish Government, 2021). Dat ideaal is vastgelegd in GIRFEC (Getting It Right For Every Child; Scottish Government, 2021), het nationale kader dat scholen richting geeft. GIRFEC beschrijft acht aspecten van welzijn: safe, healthy, achieving, nurtured, active, respected, responsible, included. Daarnaast wordt benadrukt dat onderwijs bijdraagt aan het welzijn en de ontwikkeling van elk kind. Daarmee sluit het beleid aan bij de internationale definitie van UNESCO (2017), waarin inclusief onderwijs wordt gezien als het wegnemen van barrières voor deelname en leren.
Tijdens onze bezoeken merkten we dat scholen dit ideaal niet alleen uitvoeren, maar ook omarmen. Ze herkennen zich in de overtuiging dat ieder kind telt, maar geven daar elk hun eigen invulling aan, wat aansluit bij hoe Cantali en Florian (2023) beschrijven dat het Schotse kader voor inclusief onderwijs niet alleen beleidsmatig, maar ook pedagogisch en ethisch wordt gedragen. Ze herkennen zich in de overtuiging dat ieder kind telt, maar geven daar elk hun eigen invulling aan. Sommige scholen benadrukken persoonlijke groei, verantwoordelijkheid en respect voor de schepping en willen een gemeenschap vormen waarin leerlingen zich gezien weten. Andere scholen verbinden inclusief onderwijs nadrukkelijk aan geloof en sociale rechtvaardigheid, vanuit de overtuiging dat onderwijs ook betekent opkomen voor mensen die minder kansen hebben. Weer andere scholen benaderen inclusief onderwijs vanuit een Bijbels perspectief, waarbij niet het kind maar Christus centraal staat, en kijken kritisch naar de humanistische uitgangspunten van GIRFEC.
Ondanks deze verschillen delen de twee van de drie scholen dezelfde basis: het geloof dat onderwijs pas recht doet aan kinderen als het een nurturing environment biedt waarin iedereen kan groeien. De overtuigingen van van twee van de drie scholen, rechtvaardigheid, respect en verbondenheid, raken aan de waarden die in GIRFEC en UNESCO centraal staan, al verschilt de (levensbeschouwelijke) onderbouwing per school.
Samenvattend laat dit zien dat inclusief onderwijs in Schotland een beleidsdoel is dat in de praktijk vorm krijgt door de overtuigingen en keuzes van scholen. Scholen herkennen zich in het overheidsideaal en vullen het op hun eigen manier in. Inclusief onderwijs is daarmee niet alleen een beleidskeuze, maar een gedeelde overtuiging over wat goed onderwijs is: ieder kind hoort erbij en verdient ruimte om te ontwikkelen.
Deelvraag 2 – Op welke wijze wordt inclusief onderwijs in Schotland praktisch gerealiseerd binnen de schoolpraktijk?
De uitvoering van inclusief onderwijs vraagt in Schotland veel van scholen. Tijdens onze bezoeken zagen we dat het ideaal achter GIRFEC breed wordt gedeeld, maar dat de praktische invulling verschilt.
In de meeste scholen was duidelijk te zien dat structuur en voorspelbaarheid helpen om alle leerlingen te betrekken. Visuele hulpmiddelen, vaste routines en positief taalgebruik ondersteunen leerlingen. Leraren investeren zichtbaar in relaties, stimuleren samenwerking en gebruiken feedback om gewenst gedrag te versterken. Differentiatie is aanwezig, maar beperkt; vaak werkt de hele groep aan dezelfde opdrachten. Tegelijk zagen we dat leraren veel aandacht hebben voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld via kleine instructiegroepen of aparte rustruimtes.
Toch bleek overal dat financiële middelen en menskracht een knelpunt vormen. Scholen ervaren dat de verwachtingen hoog zijn, terwijl er niet meer geld naar scholen gaat, wat aansluit bij bevindingen van Hulme et al. (2024, 2025) over de toenemende werkdruk en beperkte uitvoeringsruimte in Schotse scholen. Een schoolleider verwoordde het treffend: “The vision is good, but we have to make it work, and that takes people and money.
De situatie van een onafhankelijke school maakte deze spanning extra zichtbaar. Omdat deze school geen overheidssubsidie ontvangt, is zij niet verplicht om de doelen van GIRFEC te volgen, maar heeft ze ook minder mogelijkheden om brede zorg te bieden. De school wil ieder kind ondersteunen, maar geeft eerlijk aan dat sommige leerlingen elders beter geholpen zijn. Dat onderstreept dat de praktische uitvoering van beleid pas goed mogelijk is, als scholen de financiële middelen en ruimte hebben om het uit te voeren.
Samenvattend laat dit zien dat de realisatie van inclusief onderwijs in Schotland afhankelijk is van context en middelen. Het ideaal van gelijke kansen leeft breed, maar de praktische uitvoering vraagt voortdurend om balans tussen wat wenselijk is en wat haalbaar blijkt. Inclusief onderwijs wordt in de praktijk vooral zichtbaar in houding en cultuur: in duidelijke routines, positieve relaties en een klimaat waarin leerlingen zich veilig en gewaardeerd voelen.
Tot slot
Inclusief onderwijs in Schotland wordt vormgegeven in de wisselwerking tussen beleid en praktijk. De overheid biedt richting via GIRFEC, waarin welzijn en rechtvaardigheid centraal staan, terwijl scholen dit ideaal vertalen naar hun eigen context en overtuigingen. Zo krijgt inclusief onderwijs in elke school een eigen gezicht, maar steeds met hetzelfde doel: ieder kind laten meedoen en zich gezien laten voelen. Inclusief onderwijs is geen vast model, maar een voortdurend proces van afstemmen tussen idealen en de dagelijkse werkelijkheid. Dit is herkenbaar en leerzaam, ook voor onze eigen onderwijscultuur.
Discussie
Dit onderzoek geeft een eerste indruk van hoe inclusief onderwijs in Schotland vormkrijgt in beleid en praktijk. Tegelijkertijd moeten de bevindingen voorzichtig worden geïnterpreteerd vanwege enkele belangrijke beperkingen.
Allereerst was de onderzoeksperiode relatief kort. Hierdoor konden wij slechts een momentopname maken en was er weinig tijd om dieper door te vragen of langere observaties uit te voeren. Inclusief onderwijs is een complex en voortdurend ontwikkelend proces. Een langere periode op de scholen had een rijker beeld kunnen opleveren van dagelijkse praktijkverschillen en veranderingen in leerlingbehoeften en ondersteuning.
Daarnaast hebben wij slechts drie scholen bezocht. Twee daarvan werden door de staat gefinancierd en één school was particulier gefinancierd. Door deze kleine onderzoeksgroep kunnen de resultaten niet worden gezien als representatief voor alle Schotse scholen. Wel heeft de combinatie van verschillende financieringsvormen waardevolle inzichten opgeleverd. Het contrast tussen scholen liet duidelijk zien dat beschikbare middelen en beleidsverplichtingen invloed hebben op de mogelijkheden om inclusie vorm te geven. Met name de positie van de particuliere school liet zien dat inclusieve ambities afhankelijk zijn van financiële ruimte en ondersteuning.
Verder zagen wij binnen de bezochte scholen slechts een beperkt aantal lessen. Hierdoor is het mogelijk dat wij vooral situaties hebben waargenomen waarin scholen zich bewust presenteerden. Zonder langdurige aanwezigheid of aanvullende onderzoeksinstrumenten, zoals systematische observaties of gesprekken met leerlingen en ouders, kan niet volledig worden vastgesteld in hoeverre onze bevindingen representatief zijn voor de alledaagse praktijk.
Ten slotte speelt onze eigen culturele achtergrond een rol in de interpretatie van de bevindingen. Wij komen uit een andere onderwijscultuur en kijken daardoor met een Nederlandse blik naar het Schotse systeem. Wat in Schotland als vanzelfsprekend wordt beschouwd, zoals het sterke accent op welbevinden via het GIRFEC-kader, kan door ons anders worden geduid of gewaardeerd. Deze culturele gebondenheid betekent dat onze interpretaties onvermijdelijk worden beïnvloed door onze eigen onderwijscontext.
Ondanks deze beperkingen biedt dit onderzoek waardevolle inzichten. Het laat zien dat inclusief onderwijs in Schotland zowel beleidsmatig als pedagogisch wordt gedragen. Tegelijkertijd blijft de praktische uitvoering afhankelijk van tijd, personeel en middelen. Voor vervolgonderzoek is het wenselijk om een grotere en meer diverse groep scholen te betrekken, gedurende een langere periode aanwezig te zijn, en ook de perspectieven van leerlingen en ouders te verzamelen. Op die manier kan beter worden onderzocht hoe inclusie in de dagelijkse schoolpraktijk wordt vormgegeven en welke lessen dit biedt voor de Nederlandse onderwijscontext.
Verwijzingen
Cantali, D., & Florian, L. (2023). The Scottish framework: Een Schots nationaal kader voor inclusief onderwijs. In S. Sergeant & P. de Vries (Eds.), Perspectieven op inclusief onderwijs (pp. 78–85). Gompel & Svacina.
Coles, E., Cheyne, H., Rankin, J., & Daniel, B. (2016). Getting it right for every child: A national policy framework to promote children’s well-being in Scotland, United Kingdom. The Milbank Quarterly, 94(2), 334–365. https://doi.org/10.1111/1468-0009.12195
Hulme, M., Beauchamp, G., Wood, J., & Bignell, C. (2024). Teacher workload research report 2024. University of the West of Scotland.
Hulme, M., Beauchamp, G., Wood, J., & Bignell, C. (2025). Workload intensification and well-being among primary school teachers in Scotland. Education 3–13, 53(1), 1–14. https://doi.org/10.1080/03004279.2025.1234567
Scottish Government. (2021). Getting it right for every child (GIRFEC): Practice guidance. https://www.gov.scot/publications/girfec-practice-guidance/
UNESCO. (2017). A guide for ensuring inclusion and equity in education. UNESCO. https://unesdoc.unesco.org/ark:/48223/pf0000248254
Voor dit praktijkonderzoek is ChatGPT gebruikt voor het redigeren, analyseren en samenstellen van de teksten. Dit alles door ons is kritisch nagezien.
